STAGE 3 • 29.1 KM • 7 APRIL

RUSTDAG • 9 APRIL

205 kilometer in de benen.

Waarvan gisteren honderd.

Vandaag zou “niets” zijn. Maar de woestijn had andere plannen. Urenlang raast een zandstorm door het bivak. Tenten storten in. Wij moeten onze tent half afbreken om hem überhaupt overeind te houden. Paal eruit. Haring los. Opnieuw opbouwen.

Het helpt. Een beetje. Binnen vijf minuten ligt er een laag zand over alles wat je bezit.

Buff op. Bril op. De hele dag.

En toch voelt vandaag anders. Minder spanning. Meer rust. In onze tent en in de rest van het bivak. Meer gesprekken. Meer gelach. Een lichtere energie. Want diep vanbinnen weet iedereen: die honderd kilometer… die hebben we overleefd. Kom maar op met de rest. De MDS voelt ineens binnen handbereik.

Inmiddels heb ik in totaal twee blaren verzameld. Vergeleken met de voeten die ik om me heen zie, stelt dat niets voor. Ik prijs mezelf gelukkig. Even langs de orange jackets om ze te laten behandelen.

Daarna rusten, eten en ouwehoeren.

Het wordt uiteindelijk een relaxte dag.

Zeker aan het einde van de middag, wanneer de storm gaat liggen en de blue jackets met een verrassing komen: Voor iedereen een banaan en een sinaasappel. IJskoud. Ik heb van mijn leven nog nooit zó lekker fruit gegeten.

Morgen mogen we weer. En ik wil weer. Ik wil meer. Ik kan meer. Let’s go.

Hiervoor zijn we gekomen.

Rocky climbs. A blister caught too late. A descent that sent others to the medic. And a grin that would not quit.

I’m running the Marathon des Sables. What. The. Fuck.”

De woestijn doet niet aan rustdagen.

RUSTDAG • 205 KM GEHAD • 9 APRIL

205 kilometer in vier dagen

Morgen lopen we weer. De finish is geen beloning aan het einde van de week. Het is een keuze die je iedere dag opnieuw maakt: eat, recover, sleep, repeat.