STAGE 3 • 29.1 KM • 7 APRIL

Ik begin het spel te begrijpen. Wat deze race met mijn lichaam doet, en hoe mijn lichaam daarop reageert. Niets doet pijn. Geen kramp, geen stijfheid, geen spierpijn, geen echte vermoeidheid. Mijn lichaam herstelt snel na iedere etappe. Dus durf ik iets meer. Ook met de honderd kilometer van morgen in mijn achterhoofd besluit ik vandaag meer risico te nemen: alles rennen wat niet te steil of te mul is. En het voelt goed. De kilometers tikken weg.

Na twintig kilometer begint een klim die maar blijft doorgaan. Eerst een eindeloze duin. Dat gaat goed, maar ik voel iets: een brandend plekje op mijn hiel. Kilometerslang discussieer ik met mezelf: stoppen en er iets aan doen, of doorlopen? Halverwege de duin stop ik toch. Sok uit. Shit. Te laat. Er zit al een kleine blaar. Terwijl ik wandelwol tussen mijn sok en schoen prop, hoor ik steeds: “Daniël, are you okay?”, “you okay man?”, “need anything?”, “need help?”

Dat is de Marathon des Sables.

Iedereen is hier met een eigen doel en een eigen reden. Iedereen zit in zijn eigen proces. Maar iedereen let op elkaar. En staat klaar voor elkaar. Hartverwarmend.

Boven op de duin blijkt de klim nog niet voorbij. Nog twintig minuten steil klauteren over rotsen. En dan dat moment op de top. Wat een uitzicht, met in de verte het bivak.

De afdaling is technisch, lastig en scherp. Ik moet voorzichtig zijn, maar wil wel tempo houden. Links en rechts zie en hoor ik mensen vallen. Hard vallen. Later hoor ik in het bivak dat sommigen daardoor uiteindelijk moeten opgeven. En toch: wat een gelukzalig gevoel deze afdaling. Ik krijg die glimlach niet van mijn gezicht.

De laatste vijf kilometer zijn mul zand. Maar fuck it. Ik durf. Dus ook die kilometers ren ik. Ik heb vertrouwen. In mijn lichaam. In dit avontuur.

En daar loop ik dan. Midden in de Marathon des Sables.

What. The. Fuck.

STAGE 3 • 31 KM • 7 APRIL

Rotsachtige beklimmingen. Een blaar die ik te laat ontdekte. Een afdaling die anderen naar de medische post stuurde. En een grijns die niet van mijn gezicht verdween.

‘Ik loop de Marathon des Sables. What. The. Fuck.’

Krijg die lach niet van mijn gezicht. Maar ik moet scherp blijven